Geschreven door Stichting Burnout op 31 juli 2019 in oorzaken-van-burn-out

BBTI: ‘Blankert Burnout Inventory Trigger’

Deze inventarisatie meet de burn-out triggers – klik hier (2A4 word) BBTI ingevuld met cijfers en tekst 1-2. Overschrijf de woorden en cijfers uit het voorbeeld met eigen woorden en cijfers.

Deel A: 19 energie ‘vreters’ (potentieel emotioneel uitputtende factoren, MBI dimensie 1) voor op het werk,

Deel B: 12 potentieel energiegevende factoren op het werk

Deel C: 9 potentieel energiegevende factoren in de prive sfeer.
In panels van burn-out-ers werd de samenstelling van de test verfijnd, en in september 2014 gelanceerd als ‘BBTI’, Blankert Burnout Trigger Inventory.

Deze inventarisatie (BBTI) is veel kwalitatiever van aard dan de MBI (Maslach Burn-Out Inventory = UBOS = Utrechtse Burn-Out Schaal): de MBI is goed te gebruiken voor de vraag ‘burn-out of niet’, de BBTI inventariseert veel verfijnder wat de burn-out triggers voor de burnout-er zijn geweest. De BBTI heeft niet als doel uit te wijzen ‘burn-out of niet’; het doel van de BBTI is om NADAT burn-out is vastgesteld, te inventariseren ‘waardoor is de burn-out ontstaan?’

Wat voor de een zeer acceptabel zijn, kan voor een ander individu al een drempel overschrijden en tot ‘gedeeltelijke emotionele uitputting leiden’.

Stichting Burnout is dus de eerste organisatie ooit die een systematische burn-out analyse methode heeft ‘uitgevonden’ en die consequent toepast.

Uit de BBTI vallen o.a. volgende zaken af te leiden:

  • hoe ‘smal’ of ‘breed’ is de burn-out? Bij weinig triggers op het werk is de burn-out ‘smal’ en kan deze gemakkelijker geadresseerd worden: slechts weinige factoren hoeven te worden aangepakt
  • in welke mate worden ‘emotioneel uitputtende factoren’ (deel A) op het werk gecompenseerd door ‘energie voedende factoren’ op het werk? (deel B)
  • hoeveel herstellende, steunende factoren zijn in het privé-leven aanwezig? (deel C).
  • hoe het burn-out patroon zich verhoudt tot anderen (in de BBTI scorings database)

Uit deze inventarisatie kan blijken dat voor de een de werksituatie de nodige stress oplevert, maar ook ontspanning. Voor een ander ontbreekt de ontspanning op het werk, waardoor het werk ‘overloopt’ naar privé en een groot deel van de privetijd wordt opgeslokt. Voor een derde geldt dat deze geen ‘liefde’ kent, thuis, of weinig interesses of hobby’s, waardoor een stressende werksituatie niet in de privésfeer wordt begrensd.

Zo wordt goed inzicht verkregen in de aard en hoeveelheid van burn-out-veroorzakende factoren, en de ‘herstelfactoren’ (of het gebrek eraan).

Prive-stressende factoren zijn met opzet niet in de test opgenomen, omdat burn-out wordt gezien als beroepsziekte, uitsluitend door werk veroorzaakt. Werk betreft namelijk het ‘gecontracteerde deel’ van ons leven, waar een mens maar beperkte vrijheid heeft om een en ander te ‘corrigeren’ richting prive behoeften.

Thuis of in de vrije tijd wordt deze ‘correctie’ geacht wel aanwezig te zijn.

Nu zijn er de nodige mensen die zeggen ‘Ik heb geen werk, maar ben wel alleenstaand, heb 3 ADHD kinderen en een doodzieke moeder op 250 km afstand’. Dat kan inderdaad tot veel stress leiden, maar conform de wetenschappelijke traditie wordt de prive stress van bijvoorbeeld mantelzorg niet in de BBTI opgenomen, maar het daardoor ontstaande gebrek aan vrije tijd WEL.

Een prettig neveneffect van de BBTI is wel dat veel klanten het zeer inzichtgevend vinden om in te vullen; men wordt zich bij het invullen in veel groter detail bewust van burnout triggers dan tijdens een gesprek (!).

De BBTI is behalve als

  • verklaring van burn-out
  • ook een belangrijke richtingwijzer voor
    • aanpassing werk
    • hervatting werk
    • te definiëren burnoutherstel traject.

De BBTI factoren sluiten goed aan bij de 3 dimensies van de MBI.

Door zo precies te denken, in termen van MBI en BBTI, beseft men ook hoeveel ‘onzin’ er op de coachingsmarkt te koop is. Allerlei vormen van ‘herstel’ raken namelijk niet

  • het ontstaan van de burn-out
  • de aanwezigheid van burn-out triggers
  • een eventueel structureel herstelvermogen in de vrije tijd
  • de 3 dimensies van de MBI, en niet bij de 4e, later gevonden dimensie van de ‘cognitive impairment’ van de BBTI.